33. Logeren

Gepubliceerd op 14 februari 2021 om 12:00

Ik ben weer terug op de afdeling en ik lig weer in mijn bedje. Het is rustig in het ziekenhuis. An, een oude door de wol geverfde zuster, heeft vandaag dienst. Het is een kleine dame en ze weet precies wat ze doet. Ze is streng en zakelijk. Maar toch op een manier die niet vervelend is. Ik lig met nog 1 meisje op de 8 persoons kamer. Ze heeft bezoek van haar broertje en zusjes en ze lachen heel wat af. Het is haast gezellig. De normaal zo stille afdeling is ineens een stuk levendiger. Er zijn weinig kinderen in behandeling op dit moment. Dat vind ik ergens fijn, want dat betekent dat er minder kinderen met kanker zijn. Van de andere kant vergroot dat mijn gevoel van eenzaamheid want ik lig hier nog wel. En ik ben nog niet klaar. Naast me hoor ik weer gelach. Ik draai mijn hoofd naar hun toe en lach met ze mee. 

Als het 20 uur is komt An binnen. “Tijd om naar huis te gaan kinderen”. Er gaat een steekje door me heen. Ik wil niet dat ze weg gaan. Hun gaan dan naar hun warme en gezellige huis en wij blijven hier achter. In het kale ziekenhuis, ik ver van huis. 

“Aaaaah,” zegt het meisje in het bed naast me. “Moet dat echt An? Er is toch bijna niemand? Mogen ze niet wat langer blijven vanavond? “ Haar brutale zware Amsterdamse accent klinkt ondertussen vertrouwd in mijn oren. An blijft even staan en kijkt bedenkelijk naar het meisje.  “An! Ik heb een goed idee,” roept het meisje ineens dolenthousiast. “Mogen ze hier blijven slapen?! Please An, de bedden tegenover ons zijn toch leeg! Het zou zo gezellig zijn, we hebben het al zo zwaar en dan is dit voor ons echt een hele leuke afwisseling!” Ik kijk met grote ogen naar An. Wow, dit meisje durft. Ze kijkt An uitdagend aan. En An kijkt terug. Ze is ijzig stil. Je kunt een speld horen vallen. Dan komt An in beweging en ze loopt naar de bedden tegenover ons. Ze slaat ze open en kijkt ons aan. “Nou vooruit dan maar, voor deze ene keer dan. Maar verder tegen niemand zeggen hè.” 

En zo bleven die nacht ineens 2 zusjes en 1 broertje slapen bij ons op zaal.  Gewoon…..omdat het kon en mocht van An. 

‘s Nachts werd ik erg misselijk en moest ik spugen. Het was een vermoeiende dag geweest en mijn bloedwaardes zakte met hard tempo omlaag. Mijn dip zat er aan te komen, het was immers 10 dagen na de chemo. De zusjes en het broertje werden wakker van mijn bel en ik schaamde me. Ze bleven rechtop in bed zitten kijken naar mij. De zuster liep af en aan met mijn bakjes en het lampje boven mijn bed stond aan. Daardoor voelde ik nog meer dat ik goed zichtbaar was. Elke keer als ik denk dat een situatie weer bijna normaal gezellig en fijn lijkt dan gebeurd er zoiets. En op zo’n moment besef ik me weer dat ik niet normaal meer ben. De zuster besluit om mijn bed weg te rollen naar een kamertje waar ik alleen kan liggen. Zodat de zusjes en het broertje geen ‘last’ meer van me hebben. Ik voel me verdrietig en hang boven mijn bakje te hijgen. Ik moet huilen en spugen tegelijk. Waarom...why...wat heb ik toch misdaan om dit te moeten doorstaan. Het voelt zo oneerlijk.

De volgende dag gaat het wel weer. De zon schijnt zachtjes door mijn raam naar binnen. De zuster heeft me laten slapen omdat het een onrustige nacht was. Het is 11 uur en ik kijk over het randje van mijn dekens de kamer in. Oja ik lig alleen hier. Dat vind ik nu wel even heel erg lekker. Er it geen infuus in mijn armen en dat voelt als een enorme vrijheid. Ik ga een beetje rechtop zitten. Naast mijn bed staat een beschuitje met suiker en een rode plastic beker met melk er in. Ik kijk door het raam naar buiten en zie de boomtoppen voor het raam. Ik zie kleine knopjes in de bomen. Het is april 1986. In de verte hoor ik het tram belletje rinkelen. Voor mij het typische geluid van Amsterdam. Het leven buiten op straat is al in volle gang. Vandaag zijn mama, papa en mijn broer in Amsterdam. Ik mag even met hen mee naar het Ronald Mcdonald huis hier in de straat. Het huis bestaat sinds kort en papa en mama logeren hier vaak tijdens mijn kuren. De deur gaat zachtjes open en papa komt binnen. Hij vraagt hoe ik geslapen heb en ik vertel over de zusjes en het broertje, en over vannacht. Daarna helpt hij me aankleden en hij vertelt me ondertussen dat mama op ons wacht. Ik verheug me erop ook al voel ik me erg moe. Papa zet me in de rolstoel en kleed me warm aan. Zodra we beneden de toegangsdeur uit rijden, en ik de buitenlucht op mijn wangen voel, knap ik weer een beetje op. We hoeven alleen maar naar het einde van de straat te lopen en we zijn er al. Ik had iets heel anders verwacht van het Ronald Mcdonald huis. Maar het is een gewoon woonhuis van buiten. En het ziet er net zo uit als het huis er naast. We gaan naar binnen en ik krijg een snelle rondleiding. Het ziet er mooi uit. Er lopen wel veel mensen rond in dit huis. Sommige koken eten en andere mensen zitten in de woonkamer iets te drinken. We besluiten met zijn vieren buiten een stukje te gaan wandelen. Het voelt een beetje vreemd, we zijn voor het eerst sinds lange tijd weer compleet als gezin. Maar toch voelt het anders. Ik zit onder een dekentje in de rolstoel en voel me een toeschouwer. Ik kijk naar ons gezin als buitenstaander. Als we weer terug komen hoor ik dat er een spelcomputer in het huis is. Mijn broer wil daar graag mee spelen. Alleen...het ding staat op zolder. Papa tilt me naar boven de smalle hoge zoldertrap op. Eenmaal boven staat er een klein bankje voor de tv met de spelcomputer. Het is erg koud hier en ik ril een beetje. Ik mocht vanmiddag kiezen wat we wilde eten en papa tovert uit een tas kipnuggets van de Mcdonald's voor mij en hamburgers voor de rest. Ik ben blij en kijk tevreden om me heen. Hier op zolder zijn we alleen met ons viertjes, zonder andere mensen erbij. Mijn kipnuggets staan open naast me op de bank. Ik heb geen trek. Mijn mond doet pijn en er beginnen blaasjes te ontstaan op mijn tong en wangen. Ik voel dat mijn bloedwaardes niet goed zijn maar ik zeg niks. Dit voelt voor nu even zo perfect. Een dagje als gezin bij elkaar. Het voelt op dit moment even ‘gewoon’ en dat voelt heel erg fijn. Morgen zien we wel weer verder. De schemer valt in op het donkere zolderkamertje en als ik om me heen kijk ziet iedereen er ontspannen en tevreden uit. Papa en mama zitten rustig samen te eten en mijn broer focust zich op de spelcomputer. Ik pak de controller en doe met hem mee. Alles is goed zo en ik voel me heel even gelukkig. Voor dit moment...

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Zwannie
een jaar geleden

Addie
een jaar geleden

Weer mooi geschreven.❤️

Dorien
een jaar geleden

😙 een verhaal met een traan en een lach. Wat fijn dat het Ronald mc Donald huis toen al bestond!!

Ciska Buitendijk
een jaar geleden

Weer zo mooi geschreven. En wat heb jij toch n hoop meegemaakt😥

Han
een jaar geleden

Een mooi verhaal !♥️

Huibert
een jaar geleden

Het gevoel van gewoon weer even normaal zijn is zo herkenbaar. Mooi geschreven!😺

Jessica bastiaansen
een jaar geleden

Lieve lysette ,
Wat fijn om gelezen dat je dan toch wel kunt genieten ondanks dat je zo ziek bent . Alleen al dat je als familie bij elkaar bent !😘