34. Waar ben je?

Gepubliceerd op 28 februari 2021 om 12:00

Tik-tik-tik. Mijn vingers en ogen zoeken de juiste toetsen. Als ik ze gevonden heb dan druk ik er triomfantelijk op. Ik lees de regels hardop voor zodat ik niets vergeet. Hé, ik zie dat ik ook rood kan typen. Gretig druk ik op de bijbehorende knop. Voor me staat een oude typemachine en naast me ligt een Jip en Janneke boek. Hele bladzijden typ ik over. Ik voel me best oké, maar lig vanwege mijn lage weerstand in de isolatiebox. Er mag geen bezoek komen behalve mijn vader en moeder. Om de verveling tegen te gaan mag ik typen. En dat vind ik heel erg leuk. Ik wil later misschien wel secretaresse worden, dan mag ik de hele dag typen. Later, dat lijkt nog ver weg. Zou ik ooit gewoon kunnen werken, weer naar school? Het typen gaat langzaam maar dat kan me niks schelen. Af en toe vliegen mijn dunne vingers tussen de aanslag toetsen door. Pijnlijk trek ik ze dan terug en probeer het opnieuw. Vanmorgen ben ik gewogen en ik woog nog maar 23 kilo. Ik ben een velletje met botjes. Mijn ogen staan hol in de oogkassen en mijn huid is grauw en spierwit tegelijk. Mijn blik is kil en nietszeggend. Mijn gevoelens staan ‘on hold’. Ik functioneer naar hoe ik me voel. Soms lig ik half bewusteloos in bed en soms wil ik ineens iets doen, zoals typen. Meer is er niet. Ik ben al lang gestopt met me af te vragen waarom sommige dingen zo zijn, en waarom ik me zo voel. Ik sta op overleving stand. Ik praat weinig, ik voel me te slecht en te zwak daarvoor. Mijn ouders weten dat als ik typ ik me redelijk voel, en als ik niks wil doen ik me te slecht voel. We communiceren zonder te praten. We zijn zo op elkaar in gespeelt dat dit voor ons, voor nu, genoeg is.

De middagslaapjes zijn achter de rug en de het bezoek druppelt langzaam overal weer binnen. Reikhalzend kijk ik naar de deur. Bezoek is zo’n fijne onderbreking van de dag. Ik zie door de glazen ramen van de isolatiebox dat er op de gang veel vaders en moeders lopen. Maar de deur van mijn kamer gaat niet open. Papa was vanmorgen bij me en hij zei dat hij naar de stad ging toen ik mijn middagdutje moest doen. 

Het is ondertussen 15.00 uur. Ik zit al een uur te wachten op papa en ik begin me zorgen te maken. Waar is hij nou? Door de glazen ramen naast me zie ik ouders naast het bed van hun kind zitten en ik krimp een beetje in elkaar. Ik voel me kwetsbaar zonder iemand naast me. 

Het wordt 16.00 uur en daarna 16.30. Ik moet huilen, papa is er nog steeds niet. De zuster komt en ik vraag waar papa toch is? “Och maak je niet zo druk. Hij heeft ook wel eens tijd voor zichzelf nodig. Die komt echt wel weer hoor. Misschien heeft hij besloten om lekker wat langer in de stad te blijven. Hij kan niet altijd bij je zijn, dat moet jij je ook maar eens beseffen”, ze controleert ondertussen mijn infuus en verdwijnt weer. Ik denk na, papa zou nooit zomaar wegblijven zonder mij iets te laten weten. Ben ik egoïstisch dat ik hem graag bij me wil hebben? Ik voel me eenzaam en bang. Wat moet ik nou doen? Ik besef me hoeveel ik op mijn vader hang, hoezeer ik hem lief heb en hoe hij mijn steun en toeverlaat is tijdens mijn hele ziekte. Mama ook, maar die is vaak thuis omdat ze ook voor mijn broer moet zorgen. Maar papa is er bijna altijd, Hoe doet hij dat eigenlijk met zijn werk? Ik besef me ineens dat hij daar amper zal zijn omdat hij altijd bij mij is?

Papa is mijn stem, als ik te misselijk ben om te praten dan weet hij precies wat ik nodig heb. Hij praat dan namens mij tegen de verpleging en ik hoor hèm dan precies zeggen wat ìk denk. We zijn 2 handen op 1 buik. Ik voel me van binnen hol en leeg...ik heb hem nodig, ik kan het niet alleen. Ik krul me op tot een klein bolletje en trek de dekens over me heen. Ik heb het koud en ik ril. Ik kijk naar mijn nachtkastje en ik zie daar weer 5 drankjes op een rijtje staan. Elk uur wordt er eentje bij gezet. Elk uur moet ik er eigenlijk eentje op drinken. Maar ik krijg het niet weg. De zuster zegt er niks van maar zet er gewoon elk uur 1 bij. Met afkeer trek ik mijn neus op en ik leg mijn hoofd weer neer. Het kan me niks schelen. Ik wil alleen papa. In de verte hoor ik de eetkar rammelen en ik ruik eten op de afdeling. Brrrrrr, wat vind ik dit altijd akelig. Misselijk, en dan eten ruiken is het vieste dat er is. Het maakt mijn gevoel van onbehagen nog groter. Ik hoor voetstappen op de gang. Dat zal vast de zuster weer zijn. De deur gaat open en ik kijk niet op. Het is ondertussen 17.00 uur. “Slaap je?”, hoor ik een bekende stem zacht fluisteren. Ik open mijn ogen en spitst mijn oren. Is dat…? Ik draai mijn hoofd een stukje om en ik zie papa staan.”Papa!!”, ik lach en huil tegelijk. Hij komt naar me toe en geeft me een knuffel en een kus. “Waar was je nou? Ik maakte me zo’n zorgen.” Papa pakt een stoel en gaat zitten, hij ziet er een beetje moe uit. Hij is een beetje bezweet. “Ik had een lekke band dus ik moest heel ver lopen”, zegt hij. Daarom ben ik zo laat. Het liep allemaal niet helemaal zoals gepland.” Ik glimlach en zeg dat het niets geeft, en dat hij er nu is. Hij ziet al de drankjes op mijn nachtkastje staan en trekt zijn wenkbrauwen op. Een beetje schuldbewust zeg ik dat ik die smerige drankje niet weg kreeg. Hij loopt ernaar toe en pakt er 3 op. Hij loopt er mee naar de wasbak en spoelt ze ze 1 voor 1 weg. Daarna loopt hij terug naar mij. ¨Deze 2 drink je wel op. Maar vijf is een beetje teveel van het goede. Daarbij heeft het ook geen enkele in om in 1 keer alles op te drinken waar je normaal 5 uur over mag doen". Hij geeft me de 2 drankjes in mijn hand en ik gooi ze achterover. Hoppa, weg ermee. Papa glimlacht tevreden. En ik ook. Gelukkig is hij er weer, samen met hem kan ik alles aan.

-A.s. Zondag 12.00 uur een nieuw verhaal-


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Dorien
een jaar geleden

Die ene keer dat ze later komen, die eerste keer dat ze het bezoek moment een keer overslaan........je houvast. Snap helemaal dat de paniek bij je toesloeg.

Nick Defesche
een jaar geleden

Wat aangrijpend weer

Paul
een jaar geleden

😘

Huibert Branderhorst
een jaar geleden

Herkenbaar gevoel..............💐