1. Vakantie

Gepubliceerd op 25 juli 2021 om 12:00

Vakantie

 

Het is augustus 1986. Ik ben nu twee weken terug uit het ziekenhuis. Morgen gaan we op vakantie. Ik zit in de huiskamer op de bank terwijl mijn ouders af en aanlopen met spullen die ze mee willen nemen. De bijkeuken staat vol met koffers, ballen, tennisrackets en andere typische ‘vakantie dingen’. Ze zijn opgetogen en ik merk dat ze er alles aan willen doen om het een heerlijke vakantie te laten worden. Ze willen de afgelopen tien maanden van zich afschudden als een oude jas die niet meer lekker zit. Vanavond gaan we uit eten en morgen vertrekken we. We gaan naar een huisje op een vakantiepark in Nederland. “Voor het geval er wat met jou mocht zijn”, zegt papa. Ik zucht en kijk vanaf de bank naar buiten, het zonnetje schijnt en de lucht is blauw. Het is mooi weer en het lijkt erop dat de zomer zich nu in zijn volle glorie gaat laten zien. Maar waarom voel ik me dan zoals ik me nu voel? Ik ben zo moe, zo intens moe. ‘s Morgens opstaan voelt als een enorme opgave. Al mijn spieren doen pijn, alsof ik aan het begin van een zware griep sta. Mijn armen en been voelen loodzwaar aan. Ik begrijp niet waarom ik me zo voel, de laatste kuur is nu toch al ruim een maand geleden gegeven. Ik zou me nu toch alleen maar beter moeten gaan voelen? Mijn hand glijd over mijn hoofd en ik voel hele kleine stekeltjes haar die voorzichtig uit mijn hoofdhuid steken. Heel langzaam begint mijn haar weer een beetje te groeien. Ik zou me zo graag weer eens een keer zoals vroeger willen voelen. Enthousiast omdat we morgen op vakantie gaan, blij rondrennen door het huis om te helpen met pakken en vervolgens de fiets pakken en even langs bij een vriendinnetje gaan. Vorige week heb ik een tijdelijke prothese gekregen. Een lelijk plastic been waar nog allerlei plastic bulten uitsteken omdat deze toch niet lang mee zal gaan. Ik oefen met de fysiotherapeut om te leren lopen. Mijn krukken moet ik er nog bij gebruiken. 

De prothese voelt letterlijk als een blok aan mijn been. Het voelt zwaar en nog absoluut niet van mezelf. Deze periode valt me zo tegen. Ik had oprecht de hoop dat alles anders zou zijn na de chemo en de amputatie. Die indruk kreeg ik ook van artsen en verpleegkundige omdat er zo vaak gezegd werd; ‘je zult wel blij zijn.’ Voor nu ben ik ook wel blij dat ik geen kuren meer hoef, maar ik merk ook dat ik opzie tegen de controles die nu om de 3 weken zullen zijn. Ik zie op tegen de toekomst, komt de kanker weer terug, hoe moet ik weer naar school gaan met één been, kan ik ooit goed leren lopen met de prothese. Zoveel vragen, maar geen antwoorden. Het zware gevoel in mijn hoofd en lichaam valt me erg zwaar. Ik ben een denker geworden. Als je lichaam te ziek is en uitgeschakeld wordt dan focus je je heel erg op wat je wél kunt, en dat is denken. Mijn hoofd maakt overuren en dat vind ik soms super irritant.

 

“Lysette, kom je?” Papa roept me vanuit de bijkeuken. Ik sta moeizaam op en pak mijn krukken in beide handen en loop naar de bijkeuken. “Waar is je prothese?”, vraagt papa verbaasd. Ik kijk naar beneden en zie maar 1 been. Wat had ik anders verwacht.. “Ik heb hem bij de bank uitgedaan omdat hij pijn doet, hij zit vervelend en knelt overal. Morgen probeer ik het opnieuw.” Papa knikt en loopt naar buiten. De auto staat al klaar want we gaan uit eten. Ik neem plaats op de achterbank naast mijn broer. Ik voel of mijn pruik goed zit en duw een kussen onder mijn kleine been zodat ik wat beter zit. Nerveus pluk ik wat aan mijn trui en onderdruk een gaap. Vanmiddag heb ik nog even geslapen om het vanavond wat beter vol te kunnen houden. De ‘gewone’ wereld om me heen vind ik soms lastig, vergeleken met de ziekenhuiswereld waar ik bijna non stop ben geweest de afgelopen 8 maanden. Het tempo om me heen ligt continu te hoog voor me. Alles moet vlug en snel, mensen zijn haastig en ongeduldig. Veel mensen bij elkaar vind ik ook niet prettig. 

Het geeft me teveel prikkels in mijn hoofd en maakt me moe. Vaak wordt aan me gevraagd hoe het met me gaat, maar ik merk dat mensen het antwoord al niet eens meer horen. Dan zijn ze alweer met iets anders bezig, of ze willen geen slechte dingen horen. ‘Het moet nu maar eens klaar zijn’, of ‘de kuren zijn nu toch achter de rug?’, hoor ik mensen vaak zeggen. Ik vind het moeilijk om te ervaren dat mensen van me verwachten dat ik ineens om kan schakelen van ziek meisje met kanker naar weer gezond meisje. Want zo voel ik me niet...en zo zie ik er ook niet uit als ik in de spiegel kijk.

 

Als we het drukke restaurant binnenkomen zie ik meteen blikken die op mij gericht zijn. Mensen kijken onbeschaamd naar mijn ontbrekende been en stoten elkaar aan. Ik voel me rood worden en loop met mijn krukken achter papa en mama aan. Ik kijk strak voor me uit en doe net alsof ik al de blikken van die mensen niet zie. Maar zonder te kijken zie ik ze stuk voor stuk en het raakt me. Papa en mama doen net alsof ze niks zien. Mijn broer voelt zich ook een beetje ongemakkelijk merk ik. Dat snap ik wel, hij is ook nog maar 16 en dan wil je alles behalve de aandacht op je gevestigd zien. Net als ik. We gaan aan tafel zitten en daar staat een grote hete steen klaar. We gaan lekker steengrillen. Grote schalen vers vlees staan op de tafel uitnodigend op ons te wachten. Het is gezellig en ik zit naast mama. Af en toe vraag ik aan haar of mijn vlees gaar is voordat ik het in mijn mond stop. We eten en kletsen terwijl ons vlees op de steen ligt te pruttelen. Het is fijn zo. Als we na een paar uur de auto weer in stappen voel ik me niet zo lekker. Ik ben vast moe en ik hoop dat we snel thuis zijn zodat ik mijn bed in kan.

Bij het uitkleden thuis heb ik pijn in mijn buik en ik ben een beetje misselijk. Ik heb vast teveel gegeten. Onrustig kruip ik mijn bed in. Ik probeer nog even te lezen maar de onrust in mijn lijf neemt toe. Rillingen trekken over mijn rug en koud zweet staat op mijn voorhoofd. Ik gooi de dekens van me af en voel dat ik naar de wc moet. Ik ga op het randje van mijn bed zitten en voel me draaierig. Wat is er met me aan de hand? Ik hoor dat er nog iemand op de gang is en laat me op de grond zakken. ‘s Nachts ga ik op mijn billen naar de wc, dat gaat sneller dan met mijn krukken. Bovendien ben ik heel vaak duizelig en zijn papa en mama bang dat ik met mijn krukken val. Mama is ook altijd bang dat ik uit mijn bed wil stappen zoals ik vroeger met twee benen deed en dan val. Maar op de één of andere manier weet mijn hoofd dat ik nog maar één been heb en heb ik nooit op de ‘ouderwetse’ manier geprobeerd om uit bed te stappen. Als ik bij de wc aan kom zie ik papa net zijn slaapkamer weer in lopen. Ik ga op de wc zitten en voel me allesbehalve goed.

 

Als ik de volgende ochtend bij papa en mama op de slaapkamer kom vertel ik hoe slecht ik me voel. Papa en mama voelen zich ook niet top en hebben last van hun buik. Mijn broer idem dito. Ik heb hoge koorts en buikpijn en loop af en aan naar de wc. Vandaag gaan we op vakantie. Hoe moet dit nou? We besluiten om even af te wachten hoe het vanmiddag met iedereen gaat. Gelukkig stond gisteren alles al klaar.

 

In de loop van de middag is iedereen wat opgeknapt behalve ik. Papa besluit dat we gewoon op vakantie gaan want of ik nou hier of daar in bed lig dat maakt verder niet uit. “Gelukkig blijven we in Nederland”, zegt mama. Waarom is iedereen opgeknapt maar ik nog niet? Ik baal er van. Met een spuugbakje naast me en een kussen onder mijn hoofd lig ik half onderuit gezakt in de auto. We moeten 1,5 uur rijden. Het schommelen van de auto laat me in slaap vallen. Dat is zeer welkom na de afgelopen nacht. Eenmaal aangekomen bij het huisje duik ik meteen het bed in. Ik hoor vanuit mijn slaapkamer lachen en luide stemmen. Ik vind het fijn dat ik hier beneden lig en dicht bij iedereen in de buurt ben, dan voel ik me minder alleen. Koortsig doe ik mijn ogen weer dicht, het brengt me in gedachte weer terug naar de nachten in het ziekenhuis en dat voelt heel erg naar. Ik wil die herinneringen niet meer hebben, ze doen me pijn. Ik wil dit lijf niet meer hebben, het werkt niet meer zoals bij iemand anders. Wanneer wordt alles weer normaal? Wordt het ooit nog normaal?

 

“Lysette, heb je het al gehoord?”, ik draai me om in bed en kijk mijn vader aan. Het is dag twee van de vakantie en mijn vader heeft net de krant gehaald. ‘Salmonella vergiftiging bij restaurant in Oisterwijk’ staat er in de kop van het artikel dat ik voor mijn neus krijg. Ik lees het artikel helemaal uit. Er zijn blijkbaar heel veel mensen ziek geworden na het eten van bedorven vlees in het restaurant waar wij de avond voor de vakantie ook waren. Dus dat is het! We hebben allemaal een Salmonella vergiftiging opgelopen. Dat verklaart waarom iedereen zich zo slecht voelde gisteren. Maar waarom heb ik dan nog steeds zo’n hoge koorts? Papa besluit het ziekenhuis te bellen. Mijn weerstand is nog erg laag en hij maakt zich zorgen of de Salmonella bacterie voor mij niet gevaarlijk kan zijn. De dokter stelt hem gerust en zegt dat het bij mij allemaal wat langer kan duren en wat heftiger kan zijn omdat ik nog zo zwak ben. Het stelt me gerust en ik ben blij dat ik niet naar het ziekenhuis hoef. En ook al lig ik hier in bed, het is toch fijn om er even uit te zijn. Even een ander bed en iedereen dicht om me heen. Na een dag of vijf knap ik wat meer op en kan ik toch nog twee daagjes geniet van de vakantie. En dat doe ik met volle teugen, ik ben zo blij dat ik me weer wat beter voel dat ik even nergens meer aan denk. Even geen ziekenhuis, geen spugen, geen koorts, gewoon even helemaal niks.




Reactie plaatsen

Reacties

Jessica bastiaansen
een jaar geleden

Hoi lysette wat fijn dat je na z ‘n zware tijd op vakantie gaat even je zinnen verzetten. Wel erg ververvelend dat de dan ziek wordt 😢. Leuk om weer eens wat gelezen van jou .😘

Ciska Buitendijk
een jaar geleden

Weer mooi geschreven Lysette. 😘😘😘

Corry
een jaar geleden

❤️😘💋

Huibert Branderhorst
een jaar geleden

Heel mooi geschreven! Even een andere omgeving zonder de nare dingen doet veel met een mens.💐

Karin van Abeelen
een jaar geleden

Fijn weer even wat van je te lezen 😘