5. Uw dochter haalt kerstmis niet

Gepubliceerd op 27 oktober 2019 om 12:00

Langzaam word ik wakker van geluiden op de gang. Heel even weet ik niet waar ik ben en denk ik dat ik thuis ben. Ik houd mijn ogen dicht, alsof ik daarmee de werkelijkheid buiten kan sluiten. Ik hoor het gekletter van borden en bekers op de gang en ik hoor kinderen praten, huilen en gillen. Ik draai me om met mijn ogen dicht en probeer net te doen alsof ik in mijn eigen bed thuis lig. Maar het lukt me niet. De nachtmerrie gaat gewoon door na gisteren. Ik doe langzaam mijn ogen open en zie dat het buiten nog donker is. Ik kijk op het wekkertje op mijn nachtkastje dat mama meegenomen had, en ik zie dat het 6.05 uur 's morgens is. Ik kijk om me heen en ik voel me ineens van binnen heel naar. De herrie op de gang en het liggen in deze kamer geeft me een intens naar gevoel binnen in mijn buik. Ik voel mij alleen en in de steek gelaten. Ik kijk naar het gordijn voor me waar het jongetje van gisteravond ligt. Het gordijn is nog steeds dicht. Ik weet dat hij er is maar ik zie niks. Ineens gaat mijn kamerdeur open en vliegt er een wakkere zuster naar binnen. "Goedemorgen, wat willen we eten vandaag?" Ze kijkt mij niet aan en ze knipt in één keer het grote licht aan. Ik knijp mijn ogen dicht tegen het felle licht. "Hebben we geen goede zin vandaag, omdat de ogen nog dicht zijn? " Het is pas 6.05 uur, zou ze dat vergeten zijn? Ik doe mijn ogen open, knijpend tegen het felle licht, en zeg zachtjes dat ik een beschuitje met hagelslag wil. En na 10 minuten staat het bordje op het nachtkastje met een beker melk ernaast. De deur gaat weer achter haar dicht.

Wat moet ik nu doen? Volgens mij heb ik nog nooit alleen gegeten? Moet ik mijn bed nu uit? Of mag ik in bed eten? Het rotgevoel in mijn buik zwelt aan. Ik voel me zo ongelukkig, ik weet gewoon niet wat ik moet doen? Niemand verteld mij iets, ik lig hier helemaal alleen in het Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg. Mijn broer van 16 zit vast thuis gezellig met mijn ouders te eten en ik zit hier. Alleen. Met mijn beschuitje en een dikke knie. Niet wetende wat ik moet doen. Ik voel een traan over mijn wang rollen. Ik friemel aan mijn handen en kijk naar buiten. De verpleegkundige komt weer binnen zonder me aan te kijken en haalt mijn bord met mijn onaangeroerde beschuitje weer weg. "Dan eet je vanmiddag maar een boterham meer",  is haar enige opmerking. Ik trek de dekens over me heen en ga liggen en kijk naar buiten vanuit mijn bed. Maar ineens gaat de kamerdeur weer open en word er een handdoek en een washandje op mijn bed neergelegd. "Je moet gaan douchen", word er gezegd. En weg is ze weer. Het is nu 7.30. Waar moet ik heen? Waar is de douche? En ik mocht toch niet meer lopen? Verbaasd kijk ik naar de handdoek, weer niet wetende wat ik moet doen. Ik besluit om op de gang te gaan kijken of ik de douche kan vinden. Ik klem de handdoek onder mijn arm en ik loop de gang op. Het is nog een beetje donker op de gang maar het is er al heel druk en rumoerig. Er lopen veel zusters met waskommen op en neer en kinderen roepen. In mijn nachtpon loop ik op blote voeten met mijn handdoek onder mijn arm op de nog half donkere gang tussen alle rumoer. Ik zie in de grote kamers wel tien spijlen bedjes staan, aan elke kant van de kamer vijf. Soms liggen kinderen er heel stilletjes en witjes in, met aan hun arm een slangetje die naar een fles gaat. Die fles hangt aan een hoge ijzeren standaard. Wat zou dat zijn? Ineens word ik van achteren aangesproken en op mijn rug getikt. "Wat doe jij nou hier Liset? Jij mag helemaal je bed niet uit !" Ik schrik een beetje en draai me om. Een strenge zuster kijkt me aan. "Maar.. de andere zuster zei dat ik moest gaan douchen? " zei ik geschrokken. "Niks daarvan, gewoon terug naar je bed." Ik draai me om en loop met gebogen hoofd terug naar mijn kamer. Het voelt alsof ik iets heel erg verkeerds heb gedaan. Maar de andere zuster zei toch....? Gelukkig komen om 11.00 uur papa en mama want dan is het bezoekuur. Ik ga weer op mijn bed zitten en leg de handdoek weg. Wat nu? Er komt niemand naar mij toe en ik durf niemand te roepen. Ik ben toch niet ziek? Waarom moet ik in bed blijven?

Ik pak het stripboek dat op mijn nachtkastje ligt en probeer een beetje te lezen, daarna speel ik wat met mijn pop "Nenuco" die ik mee naar het ziekenhuis heb genomen. Om 11 uur word er op de deur geklopt en zie ik het gezicht van papa en mama door de glazen deur. Ik voel me opgelucht en ik lach. Eindelijk zijn ze daar! Mama kijkt me verbaasd aan en vraagt waarom ik nog mijn pyjama aan heb. Ik haal mijn schouders op en vertel dat ik niemand meer gezien heb sinds ik op de gang terug naar mijn kamer ben gestuurd. Mijn ouders zeggen niks en mijn moeder helpt me met aankleden. Nadat ik weer fris op mijn bed zit vertel ik ze het verhaal van gisterenavond. Van het jongetje achter het raam naast mij. Ik vertel het enthousiast zodat ze niet merken dat ik me daarvoor nog heel erg rot voelde. Als ik klaar ben met mijn verhaal zeg ik tegen papa;  "doe het gordijn voor het raam maar open. Dan kun je hem ook zien." Papa twijfelt, hij verteld me dat het gordijn er ook zit zodat je elkaar niet de hele tijd aan hoeft te kijken en dat je op deze manier nog een beetje privacy hebt. Ik wil het gordijn tóch open. Ik wil het jongetje weer zien. Aarzelend doet papa het gordijn open en enthousiast zit ik te wachten tot het gordijn helemaal open is. Maar.....ik zie niks?! Het bedje in de kamer naast mij is leeg?? Geen jongetje, geen speentje in bed. Helemaal niets. Waar is hij? Stil laat ik mij in de kussens zakken. Het gevoel in mijn buik zwelt weer aan. Als er even later een zuster binnen komt vraag ik waar het jongetje naast mij is gebleven. "Hij is weg", zegt ze. "Waarheen is hij dan? " , vraag ik haar. "Dát kan ik je niet zeggen, hij is weg en komt niet meer terug".  Vragend kijk ik mijn ouders aan maar ze zeggen niks. 

De hele dag gaat als een waas voorbij. Er worden nog meer foto's gemaakt en nog meer bloed geprikt. Ik laat het gelaten over me heen komen. Als mijn ouders op het tweede bezoekuur van die dag komen komt er een zuster binnen. "Je mag morgenochtend naar huis!"  Wát? Mijn hart maakt een vreugdesprongetje. Naar huis!  Gaat mijn ontsteking  dan vanzelf weg? Hoef ik niet meer terug te komen? De zuster legt mij uit dat er in het ziekenhuis in het weekend geen onderzoeken worden gedaan en dat ik dus het weekend naar huis mag. Maandag moet ik weer terugkomen en dan gaan ze verder met onderzoeken. Maandag krijg ik een CT-scan. Geen idee wat dát is maar ik mag naar huis. Maandag zie ik wel weer verder. Ik ben zo blij! Weg hier uit deze ellende. En weer lekker in mijn eigen bedje. Als papa en mama weer weg moeten omdat het bezoekuur is afgelopen vind ik het niet meer zo erg. Morgenochtend mag ik met ze mee naar huis! 

's Avonds krijg ik warm eten op mijn kamer. De deur gaat weer achter de zuster dicht en ik kijk bedremmeld naar mijn worteltjes en puree op mijn bord. Ik heb helemaal geen honger. Maar als ik niet eet dan heb ik straks misschien honger. De zuster heeft de tv voor mij aangezet en ik mag in bed eten. Ik kijk naar de tv en steek net aarzelend een hap wortels in mijn mond als er op de deur geklopt word. De deur gaat open en er komt een vrouw naar binnen die mij vaag bekend voor komt. "Hoi Liset", mag ik even bij je komen zitten? " Het verbaast mij een beetje want het is al etenstijd en meestal komen er dan geen dokters meer. Ze komt naast me op bed zitten en kijkt me serieus aan. Mijn bord eten schuif ik opzij en ineens herken ik haar. Ze is de moeder van een klasgenoot van mij! Ze vertelt mij dat ze in het ziekenhuis werkt en over mij gehoord heeft. Ze kijkt me verdrietig aan en pakt mijn hand vast. "Ik vind het zo afschuwelijk voor je", en ze kijkt naar beneden. Zie ik nu een traantje rollen? Verbaasd zit ik haar stil aan te kijken. Waar heeft ze het over? Ze vraagt een paar dingen aan me en ik vertel haar dat het goed met mij gaat en dat het vast allemaal goed komt. Ze knikt zachtjes en zegt dat ze niet goed weet wat ze moet zeggen. Ze knijpt nog een keer in mijn hand en ze wenst me heel veel sterkte toe. Ze heeft tranen in haar ogen als ze weg loopt. Verbaasd blijf ik achter op mijn bed, met mijn koude bord eten naast me.  De tv speelt zachtjes op de achtergrond. Wat was dit nou ? Ik snap er niks van. Waarom was ze zo verdrietig? En waarmee wenste ze me sterkte? Met mijn ontsteking? Ik mag toch bijna naar huis? En zo erg is het toch allemaal niet? Een ontsteking is toch niet om te huilen? Of wel? 

Mijn bord eten schuif ik weg, ik hoef niet meer. ik trek mijn pyjama aan en ga in bed liggen. De tv staat nog aan. Ik kijk half naar de tv en denk half na. Wat een wirwar van gevoelens. Ik richt me omhoog en kijk naar de lege kamer naast mij. De gordijnen zijn open en de donkere kamer met het lege bedje voelt zwaar. Ik voel me weer zo alleen. Ik mis thuis. Er is niemand om mee te praten, niemand die me gerust stelt, niemand die mij troost. Flarden van het gesprek van zojuist trekken aan mij voorbij. Wat bedoelde ze nou met haar woorden? En waarom huilde ze? Ik ga dieper onder mijn dekens liggen en knijp mijn ogen dicht. Morgen mag ik naar huis. Dat is alles wat voor nu telt.

De volgende ochtend zijn mijn ouders er precies op het bezoekuur. Ik heb mijn koffer al klaar staan. De zuster komt binnen en zegt me dat ik ook spullen op de kamer kan laten liggen want a.s. maandag kom ik weer terug op dezelfde kamer.  Ik neem alles mee naar huis. Er blijft hier niets liggen. Ik wil dat niet. Mijn ouders duwen mij in een rolstoel de afdeling af. Ik ben blij. Ik glimlach en voel het rotgevoel in mijn buik verdwijnen. 
Papa duwt de rolstoel en mama loopt er naast. Als we beneden in de hal komen en naar de draaideur naar buiten lopen dan zie ik dat de zon schijnt. Het voelt alsof ik ontsnap aan een gevangenis. Een enorm gevoel van vrijheid voel ik! We gaan naar buiten! Naar huis! Dag Elisabeth Ziekenhuis, tot ziens! Maandag duurt nog heel lang!

Na een kwartiertje rijden zijn we weer in Goirle. We rijden de oprit op en mijn broer komt naar buiten. We zijn thuis! Eindelijk. Mijn broer draagt mijn rode koffer naar binnen en kleine stukjes loop ik nog gewoon zelf, heb ik tegen papa en mama gezegd. Ik ga op de bank zitten en kijk om me heen. De groene bank, de tv, alles staat nog op dezelfde plaats. Alsof er niks gebeurd is. Papa en mama lopen heen en weer en doen hun dingen. Mijn broer is ook alweer weg. Wat vreemd eigenlijk. Ik heb het idee dat er tóch iets veranderd is. Er klopt iets niet. Maar ik weet niet wat. Ik zucht en haal mijn schouders op. Vanavond vieren we Sinterklaas en daar heb ik zin in!! 
Pakjesavond. Eigenlijk was het afgelopen donderdag al 5 december maar omdat ik naar het ziekenhuis moest hebben mijn ouders het verschoven naar vanavond. Ik vind alles prima áls we het maar vieren!

De avond is gezellig, en de traditie als vanouds. Er worden pepernoten gestrooid en pakjes open gemaakt. Maar toch..het voelt anders. Mijn ouders doen hun best, maar ze gedragen zich anders. Mijn broer probeert ineens aardig tegen mij te doen, dat ben ik niet gewend van hem. Er is iets...                                                                                                               

Als ik even niet aan de beurt ben met mijn pakje dan dwalen mijn gedachte af. Een CT-scan. Wat is dat eigenlijk? Wat gebeurd er dan? En waarom moet dat ? Hebben ze nog niet genoeg informatie onderhand? En wanneer gaan we beginnen met de pillen voor mijn ontsteking. Het duurt allemaal zo lang. Té lang. En maandag weer terug naar het ziekenhuis. Ook dat nog. Mijn naam word geroepen en ik ben weer aan de beurt met een pakje. Mijn gedachten verdwijnen weer naar de achtergrond.

Het is maandag en ik moet weer weg van huis. Weer naar het ziekenhuis. Het zware gevoel in mijn buik is er weer. Mijn rode koffertje word weer door mama ingepakt. Ik lig in bed en kijk er naar.  Naast mij staan de cadeautjes die ik met Sinterklaas heb gekregen. Het gekke is dat ik dit jaar heel veel van mijn verlanglijstje heb gekregen. Anders is dat nooit zo. Dan krijg ik altijd praktische dingen erbij, zoals een bureaulamp of pyjama. Maar nu kreeg ik ineens wél die knuffel die ik wilde en wél de poppenkleertjes die ik gevraagd had. Zou dat zijn omdat ik weer naar het ziekenhuis moet en ze dat zielig voor me vinden? Papa, mama en ik vertrekken weer. Mijn broer moet naar school. Hij is 4,5 jaar ouder dan ik en hij zit in zijn eindexamenjaar. Ik hoef alweer niet naar school. Zou de 6e klas mij niet missen? Ik hoor niets van school of van klasgenootjes. Het is akelig stil.

Eenmaal in het ziekenhuis en op de afdeling rollen mijn ouders mij in de rolstoel van het ziekenhuis weer naar dezelfde kamer als afgelopen vrijdag. Meteen word ik door een verpleegkundige opgehaald en moet ik naar de CT-scan. Geen idee wat het is. Maar ik moet mee. Mijn vader zegt dit keer dat hij mee wil. De zuster kijkt hem vreemd aan en zegt dat dit niet gebruikelijk is. "Toch ga ik mee", zegt hij. Ik voel me trots op mijn vader. Trots dat hij dat durft te zeggen. Nu hoef ik niet alleen! We rollen door de gangen van het ziekenhuis en mijn vader loopt haastig achter de verpleegkundige aan. 

Bij een grote deur stopt ze en draait zich om naar mijn vader. "Hier kunt u niet mee, u moet hier blijven wachten". Papa kijkt mij aan en verdrietig knik ik. Het is goed pap, ik ben zo terug, denk ik in gedachte. Ik kijk omlaag en word naar binnen geduwd in net zo'n donkere ruimte als bij de röntgenfoto. Er staat een reusachtig groot apparaat in de kamer. Het lijkt wel een hele grote buis. In de buis staat een smal ijzeren bed. Ik moet op het bed gaan liggen en dan 30 minuten blijven liggen, wordt me verteld. Gelaten doe ik wat me gevraagd word. Er is deze week al zoveel gebeurd en er zijn zoveel foto's gemaakt dat ik er aan begin te wennen om in mijn onderbroek overal te gaan staan en liggen en te doen wat me gevraagd word.

De zuster zegt dat er nu een soort schijfjes foto's gemaakt gaan worden van mijn lichaam en dat ik vooral niet mag bewegen. Iedereen in de ruimte heeft een soort plastic schort aan. Blauwe plastic schorten. Ziet er heel vreemd uit. Waarom zou dat zijn? Ik krijg niet zo'n schort. Het is heel koud en het bed is enorm hard. Ineens verdwijnt iedereen weer uit de ruimte en het word heel stil. Met een schok begint mijn bed te bewegen en schuift het langzaam de buis in. Ik ben bang. Wat gebeurd hier? Beetje bij beetje schuift het bed verder en verder de buis in tot het bij mijn hoofd is. Ik bijt op mijn lip en wil huilen. Maar dat mag niet want ik moet heel stil liggen. Ik hoor rare geluiden, heb pijn in mijn rug van het harde bed en mijn knie doet pijn omdat mijn benen zo plat liggen. Ik denk aan papa in de wachtkamer vlakbij. En ik denk aan Sinterklaas en Kerstmis. Alle dingen die ik zo fijn vind. Ineens floept het licht aan en hoor ik door een soort luidspreker dat 'we' klaar zijn. Het bed schuift uit de buis. Verwachtingsvol ga ik zitten en kijk ik de zusters aan. Wachtend op wat ze me gaan vertellen. Maar ze zeggen niks. "Kleed je maar weer aan, je mag gaan." Lopend en rillend ga ik naar het kleine hokje waar ik al vaker gezeten heb en verward kleed ik me aan. Waarom vertellen ze me niet wat ze gezien hebben op de schijfjes foto? Ik wacht op het krukje, wat in het hokje staat, tot iemand me komt zeggen dat ik mag gaan. Net als vorige keer. En tot de zuster me weer met de rolstoel komt halen. Maar er komt niemand. En ik wacht..en wacht. Tot ik er ineens genoeg van heb en de deur naar de wachtkamer open doe. Ik steek mijn hoofd om de hoek en zoek papa met mijn ogen. Meteen kruisen onze blikken elkaar en papa komt naar me toe. "Wat is er? " zegt hij. "Er komt niemand naar me toe die zegt dat ik mag gaan en er komt ook niemand met een rolstoel", zeg ik. Papa zijn gezicht veranderd een beetje zie ik. Hij loopt mijn kamertje in en klopt op de deur naar de grote donkere kamer toe. Hij opent de deur en vraagt waarom er niemand komt. De zusters zeggen hem dat je bij een CT-scan nooit hoeft te wachten en dat we gewoon naar de afdeling terug mogen lopen. Op de opmerking van mijn vader dat ik niet meer mag lopen word amper gereageerd. "Ze zal toch echt terug naar boven moeten", word er door de zusters gezegd. Papa vraagt waarom de zusters dat niet even gezegd hebben tegen ons en ik zie dat papa een beetje boos kijkt. Hij doet de deur naar de zusters net iets te hard dicht en zegt tegen mij dat ik even moet wachten. Na 5 minuutjes komt papa met een rood hoofd met een rolstoel aanlopen en duwt hij mij zelf naar boven naar mijn kamer terug. We hebben geen zuster meer gezien. Wat een geluk dat papa erbij was.

Die avond lig ik in mijn glazen kooi in bed terwijl mijn ouders een gesprek hebben met de arts beneden in het ziekenhuis. Ik mag er niet bij zijn. Het verbaast me dat de dokter 's avonds nog werkt. Mijn ouders krijgen op dat moment de uitslag van de CT-scan. "Uw dochter haalt kerstmis niet, vrezen we. De uitslag is slecht."

 

Mijn ogen zijn zwaar. Ik ben moe van deze dag. Moe van alle onderzoeken. Ik merk dat ik niet meer zoveel zeg en niet meer zoveel lach de laatste dagen. Ik heb steeds meer pijn in mijn knie. Lopen word steeds lastiger daardoor. In het ziekenhuis doe ik wat me gezegd word te doen. Er wordt toch niet aan mij gevraagd wat ik wil. Nenuco ligt naast me in bed. ik trek haar tegen me aan en denk aan Kerstmis. Gezellig met de kerstboom en de lichtjes. Ik kijk er nu al naar uit. Maar nu wil ik slapen, ik ben zo moe...©

Het Emma Kinderziekenhuis

-Op reis-

A.s. zondag 12.00 uur


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Karin van Abeelen
3 jaar geleden

Pff. Ik ben er stil van.... ik zie je zo in je bedje liggen helemaal alleen 😢 tranen in mijn ogen. Wat slecht hoe het gaat met de communicatie. Je bent bijna een nummer😭😭. Ben wederom benieuwd naar het vervolg 😘

jaap
3 jaar geleden

😢😢
Wel een stoere, fijne papa.

Pauline Witte
3 jaar geleden

Niet te bevatten..dat je zo alleen was...wat er in jou om ging...maar ook voor je ouders, zó heftig 😥

Tom
3 jaar geleden

Onvoorstelbaar dat het toen allemaal op zo'n kille manier ging, niet te bevatten.

Marian
3 jaar geleden

Pffff heftig weer Lys!
En wat naar dat er op de afdeling zo afstandelijk en koel tegen je gedaan werd...en dat je zo alleen gelaten werd dat vind ik erg verdrietig....”Gelukkig” voor de zieke kinderen van nu is dat sterk verbeterd....
Xx

Nick Defesche
3 jaar geleden

Brrrr......ik zit hier met dikke tranen in mijn ogen tijdens een korte pauze in mijn dagdienst.....wat mooi geschreven. Ik beleef het met je mee.

"Er klopt iets niet. Maar ik weet niet wat".......pfffff heftig

Dorien Jonkers
3 jaar geleden

Slik.....schrik van de situatie bij jouw. ETZ paar jaar verder bij mij.....wat hebben ze gelukkig veel bij geleerd.
Wederom nam je me weer helemaal mee.

Dianne
3 jaar geleden

Monique
3 jaar geleden

Gewoon niet te bevatten hoe er met je omgegaan werd toen. Zit het echt vol ongeloof te lezen. Geen uitleg, geen herkenning voor jouw onzekerheid. Dat je zo in het ongewisse werd gehouden. Goed van je vader om op zijn strepen te gaan, maar te gek eigenlijk dat dit zo nodig was.
Wat is er dan in de jaren al veel ten goede veranderd. Je bent een kanjer Lysette😘

Oom Jacques
3 jaar geleden

Wat was je dapper❤️

Ingeborg Coppens
3 jaar geleden

Yeetje, wat ben je dan alleen en eenzaam geweest en dat er zo weinig empathie was op de kinder afdeling. Pfff. Goed om dat eindelijk eens van je af te schrijven.

Han
3 jaar geleden

Onvoorstelbaar toch , dat ze zo met kinderen omgingen! En dat de zusters zo kil tegen je deden. Heel angstig allemaal!

Huibert
3 jaar geleden

😢👍

Jessica
3 jaar geleden

Lieve Lysette wat moet jij je eenzaam hebben gevoeld 😢je bent wel heel sterk !

Corry
3 jaar geleden

Pffffff meis wat naar weer , zit weer met kippenvel te lezen . Je bent een kanjer

Ciska
3 jaar geleden

Weer zo Mooi geschreven.. Prachtig Lysette❤️❤️